Korte inhoud

Johan, de Rode Ridder is een man van eer, moedig en trouw. De Rode Ridder is gedreven door het verlangen zijn zwerftochten een zinvol doel te geven en daartoe zal hij de idealen van zijn geliefde koning Arthur verder uitdragen. Ondanks zijn zesde zintuig voor het gevaar, gaat hij het niet uit de weg om een vijand te bevechten. Zelfs als de vijand het hoogste kwaad is in de vorm van Bahaal, de discipel van de onderwereld. Gelukkig wordt hij vaak bijgestaan door Merlijn, de wijze raadsman van koning Arthur en een van de machtigste tovenaars die er bestaan. Ook Galaxa , de fee van het licht en eeuwige tegenpool van Bahaal staat steeds klaar om Johan te helpen.

Sorteren op : Oudste

Nr1 De Rode Ridder

(28)

In dit eerste verhaal ontmoeten we de Rode Ridder voor het eerst, op weg naar een nabijgelegen burcht voor onderdak tijdens de nacht. Tijdens zijn reis stuit Johan op een gewonde man. Deze waarschuwt hem voor dreigend gevaar in de nabijheid. Plots verschijnt er het verlichte gevest van een gebroken zwaard in het donker, dat plotseling verdwijnt. Johan brengt de gewonde man naar kasteel Eikendale, waar Vrouwe Sieglinde beide in verzorging neemt. De gewonde blijkt heer Reyhold te zijn, de rentmeester. Hij beheert het slot tijdens de afwezigheid van de heer van Eikendale, die afwezig is door een oproep van de koning.

Nr2 De Rode Ridder

(10)

Tijdens zijn zwerftocht ontmoet Johan drie schildknapen, die op weg zijn naar een toernooi bij de Reigershoeve. Zij stellen zich voor als Kurt, zoon van een verdienstelijk krijgsman, en Erwin en Erik, afkomstig uit een adellijke familie. We leren dat Erwin door zijn angst nog lang zijn riddersporen niet zal verdienen. Tegenlijkertijd verschijnt er een ridder ten tonele die Johan uitdaagt, en hij wint het respect van de schildknapen door de ruziezoekende ridder te verslaan. Het paard van de Rode Ridder blijkt echter gewond te zijn, en de jongens nodigen hem uit om hen te vergezellen naar de reigershoeve.

Nr3 De Rode Ridder

(7)

Johan wordt tijdens zijn reis door een moerassig gebied overvallen door een zware storm. Zijn paard komt ten val, en als Johan wil opstaan bemerkt hij in de regen een vreemde gestalte die hem bekijkt. Hij roept om hulp, maar de vreemdeling vlucht weg. De Rode Ridder zet de achtervolging in, en haalt de man in omdat deze ongelukkig ten val komt. Op dat moment duikt er een reuzenhagedis op, en Johan maakt het dier onschadelijk. De vreemde figuur is inmiddels ontkomen. Nog nauwelijks bekomen van deze gebeurtenissen ontmoet Johan een witte gedaante. Deze waarschuwt de Rode Ridder om het gebied te verlaten. Op het moment dat hij naar de gedaante rent, wordt hij aan het hoofd getroffen door een steen. De morgen daarop wordt hij door een boer gevonden en naar het slot Kamroen gebracht. Daar ontmoet hij de heer van Kamroen, Siegmund, met zijn drie broers Rolf, Gunnar en Ulrich. Zij brengen hem op de hoogte van de gebeurtenissen in de streek: Een jaar geleden werd ridder Helmund, heer van slot Valkensteen, door onbekende rovers vermoord. Hiordis, zijn gade en een prinses uit de Noorderlanden, werd van verdriet waanzinnig. Op zekere dag zond zij alle dienaren weg en stak het slot in brand. Daarna sprong zij van de meestertoren in de vuurgloed. De ruïne van Valkensteen is nu omgeven door moerasgebied, en niet te benaderen. Boeren in de omgeving melden sindsdien de verschijning van een witte gedaante in de venen.

Nr4 De Rode Ridder

(7)

Johan brengt zijn tijd door in het havenkwartier van een Vlaamse stad. Daar hoort hij de verhalen over Irak-El-Arabi, het fabelachtige koninkrijk met de gouden koepels. De verhalenverteller, een plaatselijke zeeman, wordt door kapitein Thibalt aangesproken om hem de weg te wijzen naar dit koninkrijk. De zeeman slaat dit aanbod echter af, en het gesprek loopt uit op een gevecht waarbij Johan de zeeman te hulp schiet, en Thibalt en zijn stuurman naar buiten gooit. Als Johan later de herberg verlaat, wordt hij op straat overvallen door een aantal ongure kerels, en door een slag op het achterhoofd verliest hij het bewustzijn. Wanneer hij ontwaakt, staat hij oog in oog met kapitein Thibalt. Deze heeft hem ontvoerd, met de bedoeling Johan als slaaf in Irak te verkopen. Het schip, de Zeearend, licht nog die avond het anker, en de Rode Ridder wordt op het schip aan het werk gezet.

Nr5 De Rode Ridder

(2)

Na zijn avontuur in het Verre Oosten trekt Johan weer door onze streken. Als dolende ridder heeft hij niet veel bezittingen, en hij is dan ook op zoek naar een manier om zijn lege geldbuidel aan te vullen. Van een boerin verneemt hij dat er in Berkendael een boogschutterswedstrijd wordt gehouden, waar de heer van Bokkensteen een mooie geldprijs beschikbaar heeft gesteld. Johan gaat op weg, maar krijgt nog een waarschuwing om niet de route door het woud te kiezen, daar het er niet veilig is voor een edelman. Onze held trekt zich daar weinig van aan, en waagt zich in de uitgestrekte wouden. Het duurt dan ook niet lang of de problemen kondigen zich aan: langs alle zijden wordt hij in het nauw gedreven door boogschutters. Maar Johan kan hun slechts zijn lege beurs tonen, en een gemaskerde leider van deze vrijschutters jaagt de Rode Ridder het woud uit. Eenmaal in Berkendael schrijft Johan zich met zijn laatste penningen in voor de wedstrijd. Al snel weet hij uiteraard een plaats in de finale te veroveren. Diedrich, de heer van Bokkensteen, is geïntrigeerd door de schietkunsten van Johan, en hij biedt hem een baan op het kasteel aan, maar de vrijheid van Johan is niet te koop. Maar hij wil zich wel bewijzen, en Diedrich maakt de wedstrijd nog een graadje moeilijker. Als een echte Willem Tell legt Johan ook deze laatste vuurproef af, en hij wint het toernooi. Maar als hij zijn prijs in de wacht wil slepen, dient zich de gemaskerde vrijschutter aan, die het toernooi op zijn kop zet. Hij daagt Diedrich uit, en hij schiet met een meesterschot het schild van Diedrich van Bokkensteen op de grond. Soldeniers snellen toe, maar de vrijschutter ontkomt. Johan neemt als gast zijn intrek in Bokkensteen, om de slotheer bij te staan tegen deze bedreiging.

Nr6 De Rode Ridder

(5)

Geboeid door de wonderbaarlijke verhalen van de Venetiaanse ontdekkingsreiziger Marco Polo, scheept Johan in op een Portugees schip. Na een lange reis raakt het schip ter hoogte van Korea uit koers en stevent af op het land van de Rijzende Zon, Japan. Op een eiland niet ver van de Japanse kust worden zij door een daimyo, een nobele, begroet. Ze worden gastvrij behandeld, maar het wordt hun verboden om het vasteland te betreden. Tijdens het avondmaal wordt er door sluipmoordenaars een aanslag op de daimyo gepleegd. Johan weet dit te verijdelen, en redt zijn leven. Als dank krijgt hij toestemming het vasteland te betreden, en met een vrijgeleide vrij over de wegen te reizen...

Nr7 De Rode Ridder

(4)

Na zijn avontuur in Japan vinden we Johan terug aan boord van een Portugees galjoen. Zij varen langs de kust van het huidige Cambodja, en na de verhalen van de kapitein over de bevolking besluit hij de matrozen die aan land gaan voor drinkwater te vergezellen. De matrozen hebben echter niets goeds in zin, en azen op rijkdommen die Johan meebracht uit Japan. Aan land wordt Johan overvallen, en voor dood achtergelaten. Maar de ridder overleeft het, en als hij weer op het strand terugkeert heeft het galjoen reeds het anker gelicht. Zijn enige hoop is nu een dorp der Khmers te vinden, om onderdak te vragen. Onderweg maakt Johan kennis met Nibha, de dochter van de hof- tovenaar. Samen gaan ze op weg naar het paleis, en onderweg leert Johan meer over het volk van de Khmers.

Nr8 De Rode Ridder

(4)

We vinden Johan weer terug in zijn Vaderland. Op een avond wordt hij overvallen door een noodweer, en hij klopt aan bij een schamele hut op zoek naar onderdak. De hut wordt bewoond door twee oude mensen, die hem onderdak verlenen. Johan ziet nog net hoe de oude vrouw kostbare kleren wegstopt in een koffer, en hij krijgt het vermoeden dat de twee vaker reizigers overvallen. Als de man 's nachts zijn tas doorzoekt, zet Johan hem het zwaard op de keel. Dan geeft de man een verklaring: Een zwaargewonde ridder verblijft in een aangrenzende kamer, die in het woud werd gevonden. De man doorzocht zijn tas op verzoek van de ridder om te kijken of er geen gouden sikkel in verborgen was. Hij heeft namelijk machtige vijanden. Johan zoekt de ridder op. Hij blijkt onderweg te zijn naar het slot van heer Gawain, die zijn hulp inriep omdat hij wordt bedreigd door een geheime sekte: De Gouden Sikkel. De ridder deed echter een zware val, en kan zijn tocht niet voortzetten. Hij vraagt Johan om zijn taak over te nemen. De ridder zou tijdens zijn reis Rolf van Herzele ontmoeten op een afgesproken plek. De ridder sterft, en Johan zweert zijn taak te zullen volbrengen.

Nr9 De Rode Ridder

(3)

We vinden onze held terug in de buurt van het stadje Moerdal, waar hij na het winnen van een steekspel zijn intrek heeft genomen in een herberg. Wanneer een aantal boeren de 2 andere gasten van de herberg (Ivar en Gwenda, 2 rondreizende kunstenaars) bedreigen neemt Johan het voor hen op. Het komt tot een handgemeen, dat bruusk verstoord wordt door de komst van de Soldenierskapitein van Moerdal en zijn manschappen. De kapitein steekt hierbij zijn wantrouwen naar de rode ridder niet onder stoelen of banken. Wanneer de rust is weergekeerd maakt Johan nader kennis met Gwenda en Ivar. Hij hoort er het verhaal over de draak die in het moeras huist en zijn meesteres, Wanda de heks. De draak zou mensenoffer eisen en deze werden aangeduid met een zwart kruis op de voordeur. Na zijn vertrek uit de herberg wordt Johan in een hinderlaag gelokt. Na enige schermutselingen weet hij de boeren te bedaren en verneemt er een gelijkaardig verhaal. Ter bescherming voor de draak mogen de boeren schuilen in de burcht van de Graaf. Het mysterie laat Johan nu niet meer los en hij besluit dit nader te onderzoeken...

Nr10 De Rode Ridder

(5)

Het is 1383, Johan vaart langs de Vlaamse kust richting Damme. Een lichtbaken lokt het schip naar de kust. Te laat bemerken de opvarenden dat het een misleiding is en het schip loopt op een zandbank. Vele opvarenden verdrinken, anderen vallen onder de wapens van de strandschuimers die de val opgezet hebben. Johan houdt stand maar raakt gewond. Op het nippertje wordt zijn leven echter gered door enkekle ruiters die ten tonele verschijnen. Hun aanvoerder is Frans Ackermans, leider van de rebellen van Gent die in opstand zijn gekomen tegen de Franse bezetter. Johan wordt verder verzorgd door een plaatselijke visser. Hij wordt er op de hoogte gebracht van de toestand tussen Vlamingen en Fransen. Een Franse patrouille doorzoekt wat later de vissershut. Johan kan niet anders dan zich voor de Vlaamse zaak in te zetten. De patrouille wordt geleid door niemand minder dan de Rogier van Ghistelles, aanvoerder van het Franse garnizoen te Damme. Johan en de visser weten te ontsnappen, Johan lokt de Fransen mee, terwijl de visser Ackermans gaat verwittigen dat Damme zonder aanvoerder zit en dus een makkelijke prooi is.

Nr11 De Rode Ridder

(5)

Johan, de Rode Ridder, en twee landgenoten, Berthold van Damburg en Eric van Ravensteen zijn, zeer succesvol, aanwezig op een steekspel in het Rijnland. Plots wordt de ervaren Berthold uitgedaagd door een (te) jonge knaap die strijdt onder het blazoen van een zilveren adelaar. Berthold weigert te kampen tegen een kind en de uitdaging wordt inderdaad afgewezen. De strijdmakkers van de knaap willen zijn taak overnemen en maken zich klaar om Van Damburg en Van Ravensteen te bekampen. Maar er is bedrog in het spel. De twee Vlamingen winnen makkelijk en tot hun verbazing blijkt hun beider tegenstander toch de jonge knaap geweest te zijn. De jongen is dood en zijn twee zonderlinge strijdmakkers banen zich gewapenderhand een weg door het tentenkamp van het toernooi. De drie vrienden zijn aangeslagen en gezamenlijk zweren zij de twee mannen op te sporen.

Nr12 De Rode Ridder

(1)

We vinden onze held ditmaal terug aan de Noorse Fjorden, waar hij kennis maakt met een groepje vikings. De kennismaking verloopt vlot tot een viking hem uitdaagt tot een tweekamp. Johan kan niet anders en neemt de uitdaging aan. Na een hevig gevecht verslaat Johan zijn tegenstander, die hem echter in de rug wil aanvallen. Gelukkig is Tanjar, een volgeling van de ondertussen aangekomen koning Horak de lafaard te vlug af en doodt hem. Onder de indruk van Johan's kunde met het zwaard nodigt koning Horak hem uit om mee te gaan naar zijn Hal.

Nr13 De Rode Ridder

(3)

Op een van zijn eerste zwerftochten komt de rode ridder 's avonds bij een Brabants dorp aan. Bij een zwartgeblakerde ruïne ziet hij een duistere gedaante, gehuld in een kapmantel. De man vlucht voordat Johan hem kan benaderen. Bij latere navraag blijkt het om de beruchte vuurgeest te gaan. Het bouwvallige huis was van ene Kerstian. Johan schenkt er weinig aandacht aan en iets later redt hij alweer een gezin in nood van een stel overvallers. Als dank mag hij bij zijn redders, het echtpaar Tolnaer, op de Tolnaerhoeve de nacht doorbrengen.

Nr14 De Rode Ridder

(5)

We vinden Johan terug in West-Ierland, waar hij een jongen uit de klauwen van een zeearend redt. Hierbij wordt de zeearend gedood. De jongen zet het op een lopen en spreekt van naderend onheil. In een naburige hoeve zoekt Johan onderdak. Wanneer de jongen zijn moeder vertelt over het gebeurde, wordt Johan gastvrijheid geweigerd. Komec, de vader van de jongen gaat hier echter tegenin. Het doden van de arend blijkt dus een struikelpunt te zijn. Finola, de moeder van Comec besluit een offer te brengen aan de geesten die in de kinkhoorns huizen. Wanneer Komec hoort over dit offer maant hij Johan aan om te vertrekken. Johan rijdt hierop naar de muur om te zien wie het offer komt halen. Een kruik met een bedwelmend gas rolt echter voor zijn voeten waarop hij het bewustzijn verliest. Wanneer hij ontwaakt bevindt hij zich op de rug van zijn paard voor een burcht. Hij wordt er als gast ontvangen door de kasteelvrouwe Etain en haar broer Balor.

Nr15 De Rode Ridder

(6)

We treffen onze held aan op een slagveld waar hij ontwaakt uit zijn verdoving na gewond geraakt te zijn. Wanneer hij het slagveld tracht te verlaten treft hij een stervende ridder aan. De ridder noemt Reyhold en vraagt de rode ridder zijn gade aan te sporen de Berkenburcht te verlaten. Met zijn laatste woorden, “de zeven zullen sterven en de zwarte wolvin”, laat hij Johan achter met een raadsel. Op zoek naar het kamp van de zijnen treft hij lijkplunderaars aan, bij het daaropvolgende treffen wordt hij neergeslagen, Johan ontwaakt in het kamp van de zijnen. Door de slag is Johan een deel van zijn geheugen kwijt.

Nr16 De Rode Ridder

(1)

Johan is op weg naar het slot Reynhorst om er het huwelijksfeest van Veerle, de dochter van de graaf bij te wonen. Tijdens zijn tocht door een woud bemerkt Johan een enorme knots en voetsporen van een reus. Iets verderop vindt hij de reus die een bad neemt aan een watervalletje. Zijn naam is Baloch en hij dient Verdal, de tovenaar. Baloch maant Johan het woud te verlaten. Een enorm rotsblok dat hij boven zich uitsteekt moet zijn woorden kracht bijzetten. Johan maakt aanstalten om te vertrekken maar blijft de reus gadeslaan. Wanneer Baloch even later richting een jong herderinnetje loopt, komt Johan tussenbeide, waarop de geweldenaar verdwijnt. Het herderinnetje vertelt Johan dat de tonen van haar fluit Baloch tot rust brengen en de reus haar vriend is. Ondertussen naderen enkele boze boeren de herdershut van de vader van het meisje. Ze verwijten de herder dat zijn dochter de reus aanzet om de akkers te verwoesten. Johan schiet te hulp en de boeren kiezen snel het hazenpad. De herder vertelt Johan over de boosaardige tovenaar Verdal en zijn macht over de reus. Johan besluit de graaf om hulp te vragen.

Nr17 De Rode Ridder

(2)

De Rode Ridder zoekt opnieuw het avontuur in Noorwegen. Wanneer hij overnacht in het woud wordt hij overvallen door 3 mannen die op zoek zijn naar Djorndal, het Onoverwinnelijke Zwaard. Ze beroven Johan van zijn uitrusting en laten hem vastgebonden achter. Hij wordt uit zijn netelige positie bevrijd door Brundar, de kluizenaar. Deze oude zonderling wijst Johan de weg naar Djorndal. De Rode Ridder wordt op de proef gesteld om het zwaard te verdienen. Hij moet de verleidingen van gemak en rijkdom weerstaan en slaagt daar glansrijk voor. Brundar had het zwaard al voor hem klaar liggen maar werd door dezelfde rovers bestolen en levensgevaarlijk gewond. Met behulp van een magisch amulet van de kluizenaar zet Johan de achtervolging in, dwars door het betoverde woud.

Nr18 De Rode Ridder

(3)

Johan belandt enigszins door toeval op een klein Grieks eiland, Thosas, waarvan de bewoners gedwongen worden tot het brengen van offeranden aan mysterieuze Witte Demonen, die huizen in een grot. Hij gaat op onderzoek uit en ontdekt al snel een grote witmarmeren tempel binnenin de gewelven van die grot.Hier maakt hij kennis met Chrysis, de koningin van de Witte Tempel. Zij heerst over het volk dat de goden van de vulkaan in de grot met behulp van offeranden en erediensten tot bedaren moet brengen. Zij wordt bijgestaan door Phaucrates, de tovenaar en Mirtos, de aanvoerder van haar trouwe lijfwacht. Een opstandige groep Griekse soldaten, aangevoerd door Demetrios, ondermijnt echter steeds openlijker het gezag van Chrysis, zonder dat duidelijk is waarom. Johan biedt de koningin zijn hulp aan, ondanks de waarschuwingen van Phaucrates die vreest dat dit de vulkaangoden niet zal bevallen.

Nr19 De Rode Ridder

(5)

In dit album worden de avonturen van De Rode Ridder geplaatst in de wereld van de legendarische koning Arthur, die zo rond 500 na Chr. geleefd zou hebben. Johan begeeft zich naar Brittannie om zijn zwaard in dienst te stellen van Arthur. Bij toeval ontmoet hij ridder Lancelot, die in opdracht van koning Arthur Guinevere, diens toekomstige bruid, op moet halen. Lodogran, pleegvader van Guinevere, voelt zich in zijn macht bedreigd als Arthur en Guinevere zouden huwen en doet heftige pogingen om Lancelot te doen falen. Met hulp van Johan slaagt Lancelot erin tijdig de burcht van Lodogran te bereiken, ondanks enkele hinderlagen. Hij verslaat daar in een duel de gebroeders Morban en Linor en wint op die manier de hand van Guinevere voor zijn vorst Arthur.

Nr20 De Rode Ridder

(5)

Kort na zijn huwelijk met Guinevere, geeft Koning Arthur opdracht om een mysterieuze tovenaar, Kerwijn de magiër, die zijn gezag ondermijnt, te onderwerpen. Johan en Lancelot aanvaarden de opdracht, maar ook Walewijn, een jonge onbesuisde ridder, wil, opgehitst door de verrader Modred, deze klus klaren en liefst voor de Rode Ridder en zijn vriend de burcht van Kerwijn bereiken. Terwijl de 2 ervaren ridders onderweg veel tegenstand, hinderlagen en andere vreselijke gevaren moeten weerstaan, wordt Walewijn de weg gewezen door de raaf van de heks Gwenleod, een handlangster van Kerwijn die Modred had aangeraden om de ridders van de Ronde Tafel naar Kerwijn te sturen, een zekere ondergang tegemoet.

0 recensies van lezers

icon-comment Je moet ingelogd zijn om een recensie over deze reeks te kunnen schrijven.